Wat deze nieuwe maatregel betekent voor thuiswonende senioren
Voor veel oudere mensen is zo lang mogelijk thuis blijven wonen een absolute prioriteit. Zeker wanneer de zelfstandigheid afneemt of de dagelijkse kosten oplopen, wordt hulp aan huis steeds belangrijker. Een nieuwe wet voorziet nu in een automatische vrijstelling in bepaalde situaties rond thuiszorgdiensten. Het doel is duidelijk: minder administratieve rompslomp en snellere toegang tot de juiste ondersteuning voor ouderen die dat nodig hebben.
Waarom de afschaffing van de vrijstelling senioren zorgen baart
Een voordeel dat verdwijnt voor 70- tot 79-jarigen
Vanaf 1 januari 2026 kunnen senioren tussen de 70 en 79 jaar niet langer automatisch aanspraak maken op de vrijstelling van werkgeversbijdragen voor thuiszorghulp. De leeftijdsgrens wordt opgetrokken naar 80 jaar, zoals vastgelegd in een besluit dat in april werd gepubliceerd. Dit raakt heel wat particuliere werkgevers die gebruikmaken van het CESU-systeem om een huishoudelijke hulp of dagelijkse begeleiding te financieren. De overheid wil deze steun voortaan concentreren op wie het kwetsbaarst is.
De rekening dreigt flink hoger uit te vallen
Het wegvallen van deze vrijstelling leidt rechtstreeks tot hogere kosten voor de betrokken gepensioneerden. Zonder vermindering van de werkgeversbijdragen kunnen de extra uitgaven per jaar al snel oplopen tot enkele honderden euro’s, afhankelijk van het aantal aangegeven uren. In tijden van inflatie en stijgende dagelijkse kosten is dat een zware last voor senioren die nog vrij zelfstandig leven maar af en toe hulp nodig hebben bij het huishouden, de maaltijden of verplaatsingen.
Tachtigplussers behouden hun vrijstelling
Ouderen van 80 jaar en ouder blijven automatisch genieten van de vrijstelling op werkgeversbijdragen voor een thuismedewerker. Dit voordeel wordt gewoon toegepast via het CESU-systeem, zonder bijkomende formaliteiten. Het gaat onder meer om senioren die een huishoudelijke hulp, een zorgassistent of een begeleider in dienst hebben. De overheid beschouwt deze leeftijdsgroep als bijzonder kwetsbaar voor verlies van zelfstandigheid en een grotere nood aan regelmatige ondersteuning.
De nieuwe voorwaarden om goedkopere thuiszorg te krijgen
Uitzonderingen blijven mogelijk
Ook na deze hervorming kunnen bepaalde senioren jonger dan 80 jaar onder voorwaarden aanspraak blijven maken op een vrijstelling. Begunstigden van de APA (de Franse tegemoetkoming voor verlies van zelfstandigheid), mensen met een handicap of personen die voor essentiële dagelijkse handelingen afhankelijk zijn van anderen, blijven in aanmerking komen voor specifieke regelingen. Er kunnen wel medische of administratieve bewijsstukken worden gevraagd om de officieel erkende situatie van afhankelijkheid of arbeidsongeschiktheid aan te tonen.
Thuis blijven wonen onder druk
Deze hervorming wekt ongerustheid bij professionals uit de thuiszorgsector. Verschillende spelers vrezen dat sommige gepensioneerden hun thuiszorguren zullen inkrimpen om de kosten te drukken. Nochtans stimuleren de overheidsbeleidslijnen al jaren het thuiswonen, net om duurdere opnames in gespecialiseerde instellingen te vermijden. Een daling van het gebruik van thuiszorg kan bovendien leiden tot meer vereenzaming en grotere dagelijkse moeilijkheden voor senioren die nog relatief zelfstandig zijn.
Een hervorming gedreven door bezuinigingen
Het optrekken van de leeftijdsgrens van 70 naar 80 jaar past in een bredere logica van beheersing van overheidsuitgaven. Volgens verschillende schattingen die door sectorprofessionals worden geciteerd, zou deze maatregel de overheid jaarlijks ongeveer 100 miljoen euro kunnen besparen. De regering wil de vrijstellingen toespitsen op de meest afhankelijke groepen. Maar deze beslissing wakkert ook het debat aan over de financiering van zorgverlies en de toekomst van de thuiszorgsector.








