Een nieuwe El Niño-episode is in aantocht
In de Stille Oceaan brouwt zich iets samen dat météérologen nauwlettend in de gaten houden. Een nieuwe El Niño-episode in 2026 is geen hypothese meer — het wordt steeds waarschijnlijker. De Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) meldt dat het water in de tropische Stille Oceaan “uitzonderlijk warm” is, precies de omstandigheden die dit wereldwijde weersverschijnsel in gang zetten.
De WMO schat de kans dat er tussen juni en augustus 2026 effectief een El Niño-episode ontstaat op 80 procent. Bovendien zou die episode met een kans van 90 procent of meer aanhouden tot minstens november 2026, en dan gaat het om een “minstens matige, mogelijk sterke” episode. De secretaris-generaal van de WMO, Celeste Saulo, waarschuwt duidelijk: “We moeten ons voorbereiden op een potentieel krachtige El Niño-episode, die droogte en hevige regenval zal verergeren en het risico op hittegolven op land én in de oceanen zal verhogen.” De zomer van 2026 verdient dus alle aandacht.
El Niño 2026: een episode die steeds zekerder wordt
Oceanografische kaarten tonen een equatoriale Stille Oceaan die al bijzonder warm is, vooral in het centraal-oostelijke gebied dat bekend staat als de Niño 3.4-regio. Onder het wateroppervlak meet de WMO temperatuurafwijkingen van meer dan 6 °C boven de seizoensnormen — een teken dat een enorm warmtereservoir naar de oppervlakte opstijgt.
Ook in de atmosfeer verschuiven de waarden van de zuidelijke oscillatie-index richting een El Niño-configuratie. Andere gerenommeerde klimaatcentra, waaronder het Amerikaanse NOAA Climate Prediction Center, beoordelen het risico op El Niño in de zomer van 2026 en de aanhoudende impact ervan tot de volgende winter als zeer groot.
Een natuurlijk fenomeen in een al verstoord klimaat
El Niño maakt deel uit van de zogenaamde ENSO-oscillatie, die afwisselt met de koude fase La Niña. Het verschijnsel komt neer op een duidelijke schommeling van de watertemperatuur in de equatoriale Stille Oceaan en de wereldwijde atmosferische circulatie. Wanneer de passaatwinden verzwakken, verschuiven de warme watermassa’s naar het oosten en volgen de tropische neerslaggebieden — met kettingreacties die ver buiten de Stille Oceaan voelbaar zijn.
De vorige El Niño-episode, in 2023 en 2024, maakte van die twee jaren de warmste ooit gemeten. In een wereld die al warmer is geworden, volstaat zelfs een matige episode tegenwoordig om extreme weersgebeurtenissen te versterken. Dat maakt het vooruitzicht voor 2026 des te zorgwekkender.
Hittegolven en extreme neerslag: wat El Niño kan veranderen
Een sterke El Niño vergroot het risico op hittegolven op de continenten en in de oceanen, op droogte in bepaalde regio’s en op stortregens in andere gebieden, aldus de WMO. Landen langs de Stille Oceaan, vooral in Zuid-Amerika, vrezen overstromingen en landbouwschade.
Voor Europa en België is de invloed meer indirect, maar daarom niet minder relevant. De mogelijke gevolgen kunnen zich uiten in warmere en drogere zomers rond de Middellandse Zee of in periodes van intense neerslag. Meteorologische diensten zullen de komende maanden de scenario’s verder verfijnen naarmate er meer gegevens beschikbaar komen.








